Waar doorgaans niet zo bij wordt stilgestaan is dat het herstellen van een burnout niet lineair is. Er is geen lijn die alleen maar omhoog gaat zoals je dat bijvoorbeeld bij een griep of een gebroken been ziet. Het herstel verloopt in meerdere fasen die behoorlijk van elkaar verschillen. De klachten, de energie en de mogelijkheden zijn steeds anders, en de maatregelen die moeten worden genomen ook.
Er zijn vier fasen te onderscheiden die allemaal op hun eigen manier herkenbaar zijn en ingevuld moeten worden. De fasen volgen elkaar automatisch op en dat werkt alleen als je in elke fase de juiste maatregelen treft. Doe je dat niet dan kan je “terug in de tijd” gaan, waarbij je in een eerdere fase terecht kan komen. Lukt het nemen van maatregelen goed, dan kan je soms zelfs verrassend snel door de fasen heen komen.
Vier fasen
De vier fasen van burnout bestaan uit een crisisfase, een rustfase, een oplaadfase en een herstelfase. Hieronder kan je een plaatje zien waarin deze zijn weergegeven. Op de horizontale as staan de vier fasen en verticaal zie je een aantal lijnen.
De doorgetrokken lijn geeft het niveau aan van je activiteiten. De streepjeslijn geeft de hoeveelheid spanning of onrust aan, en de stippellijn geeft de vermoeidheid weer. Zoals je misschien opvalt is er géén lijn die aangeeft hoeveel lichamelijke of geestelijke klachten je zal hebben. De klachten bij een burnout zijn in de eerste fasen namelijk nogal willekeurig en in de laatste fasen zijn ze meestal dusdanig afgenomen dat het leven alweer een stuk prettiger zal zijn. De ene persoon krijgt enorm veel verschillende klachten om de oren geslingerd, en bij de andere valt het mee.
Je kunt aan de hand van de klachten bovendien niet bepalen hoe goed of hoe slecht het met je burnout gaat. Dit komt mede doordat de klachten in het begin kunnen toenemen als je de juiste maatregelen neemt. Ook kunnen de klachten minder worden als je het verkeerde doet. Je kan dus juist vóóruit gaan terwijl je denkt dat je áchteruit gaat, en andersom.

© 2025 burnouteindelijkbegrepen.nl
1. de crisisfase
Zodra je bent ingestort en het écht allemaal niet meer gaat zit je in de crisisfase. Je burnout is begonnen en je wordt overrompeld door het feit dat je vrijwel niks meer kan, niet weet wat je moet doen en twijfelt of het ooit nog wel goed komt.
Er verschijnen allerlei klachten en daar kan je behoorlijk van schrikken. Je vraagt je af wat normaal is en wat niet, en misschien ben je soms bang dat er iets ernstigs aan de hand is. Gelukkig is dat niet het geval.
Je bent tot zeer weinig in staat. Alles is je te veel en dat is niet voor niets zo; de overspanning en uitputting zijn nu op hun hoogtepunt en zullen eerst moeten zakken alvorens je überhaupt iets heel simpels kan overwegen zoals boodschappen doen of eten koken.
In het plaatje zie je dat de lijn die “activiteit” weergeeft langzaam inzakt. Je stopt met werken of studeren en bent óók genoodzaakt om allerlei andere belastingen achterwege te laten. In kleine stapjes kom je erachter dat het huishouden, gezin, familie en allerlei dagelijkse dingen die voorheen de normaalste zaak van de wereld waren toch zullen moeten worden verminderd, versoberd, aan anderen moeten worden overgelaten, of zelfs helemaal moeten worden afgeschaft.
Deze activiteitenlijn is leidend en geeft aan wat je moet doen. Je ziet dat deze in de eerste twee fases helemaal naar beneden loopt. Je moet gaan inzien dat de turbostand waarin je waarschijnlijk al maanden of jaren hebt gestaan nu helemaal moet wegvloeien waarbij kalmte en rust de boventoon gaan voeren. Niets doen, niets willen, niets proberen en ook niets opbouwen is dus de boodschap. Afbouwen, afwennen en afleren zijn de enige drie dingen die je zou moeten doen.
De activiteitenlijn moet omlaag en dat betekent: zoveel mogelijk activiteiten verminderen en het liefst helemaal tot stilstand komen. Net zolang, tot je een tevreden gevoel hebt dat je bijna niets meer doet en ook niets meer hoeft. Dit zal bij velen enige weerstand oproepen omdat de meeste burnouters langdurig gewend zijn aan rennen en vliegen en alles met beide handen aan te pakken. Hard werken is hier echter geen oplossing en werkt zelfs averechts.
In de grafiek zie je dat het verminderen van de activiteit zelfs nog verder gaat in de tweede fase. Hopelijk ga je steeds beter inzien dat alles wat je doet toch écht achterwege gelaten moet worden en dat alles wat je voorheen heel belangrijk vond en eigenlijk niet wilde loslaten… toch écht losgelaten moet worden.
Je lichaam zal ondertussen op een onverwachte manier reageren op de nieuwe situatie: er verschijnt spanning en / of onrust. Deze onrust is te herkennen aan nervositeit, steeds van alles willen doen en nooit eens gewoon rustig op de bank kunnen zitten. Velen zullen tijdens deze onrust nog regelmatig een mailtje van het werk willen lezen, in appgroepen reageren of allerlei dingen in huis willen doen. Ook scrollen op de telefoon, gamen of internetten kan niet goed worden losgelaten en sommigen zullen aanhoudend op hun horloge kijken. Het steeds maar bezig zijn met de klachten en deze dagelijks online opzoeken komt ook veel voor.
De spanning is te merken in het lichaam. Trillen (zowel van binnen als van buiten), druk op de borst, gespannen nek of schouders, hoofdpijn en duizelingen behoren tot het repertoire en ook lage rugpijn, pijnlijke heupen of liezen aangespannen spieren in benen of armen kunnen daar onderdel van zijn.
In de grafiek is een streepjeslijn toegevoegd die deze spanning en onrust weergeeft. Terwijl de activiteitenlijn omlaag gaat zullen de spanning en onrust opeens merkbaar worden en langzaam toenemen. Dit kan het gevoel geven dat je achteruit gaat. Je werkt immers niet, doet rustig aan en zou verwachten dat de problemen nu langzaam zullen verdwijnen. Het tegengestelde gebeurt echter: de spanning en onrust kunnen toenemen!
De streepjeslijn die in het plaatje te zien is gaat dus eerst omhoog totdat de volgende fase goed tot stand komt en pas daarna gaat hij weer naar beneden. Een toenemende spanning of onrust is dus normaal en een goed teken; denk niet dat je achteruit gaat.
Veel burnouters kunnen langdurig onrustig blijven en hebben de neiging om daar tegenin te gaan door nog meer onrust toe te voegen. Deze strategie lijkt ook te werken; als je aan de slag blijft en niet stil zit dan lijkt de onrust soms weg te gaan en ook lichamelijke klachten en vermoeidheid zullen niet zo opvallen. Het zenuwstelsel prefereert activatie en ziet kalmering en rust als een gevaar. Het “aan” staan zorgt ervoor dat doorgaan lekker voelt en rust nemen onprettig is.
De onrust die je ervaart kan echter uitsluitend worden bestreden met rust en niet met nog meer onrust. Je hoort in deze fase het gevoel te krijgen dat je écht helemaal niks meer aan het doen bent, dat je leven saai is en dat je maar zeer weinig mogelijkheden hebt. Vanwege het ontregelde zenuwstelsel kunnen de klachten hier enige tijd erger lijken te worden worden in plaats van minder. Omdat je stil bent gaan staan krijgt je zenuwstelsel nu eindelijk eens de kans om spanning, onrust en lichamelijke klachten aan je te laten voelen, die tot nu toe langdurig zijn onderdrukt met activatie en adrenaline.
In deze fase doe je alleen aan rustig wandelen of fietsen (zonder prestaties) en je laat vooral je hersenen met rust. Dus afgezien van niet werken zullen ook televisie, gamen, internetten, scrollen, sociale media, kletsen, drukte en gezelligheid allemaal van tafel moeten. Het is noodzaak om goed te gaan slapen en óók overdag een aantal rustmomenten te nemen waarin je in stilte, zonder muziek, apps, of andere mensen in de buurt, een kwartier lang met je ogen dicht zit of beter nog, ligt.
Houdt al je activiteiten kort; in elk geval niet langer dan een half uur maar 20 minuten is verstandiger. En houd in de gaten er zijn veel dingen die wij niet als “activiteiten” zien maar dit wél zijn, zoals opstaan en aankleden, een maaltijd nuttigen, mediteren en yoga (of andere oefeningen), de was doen, de hond uitlaten, TV kijken, internetten, gamen, etc.
Je behoefte hebben aan begeleiding bij je herstel en daarvoor kan je iemand inschakelen. Maar let hier goed op: de begeleider die je kiest -of het nou een praktijkondersteuner, psycholoog, therapeut, coach of vriend(in) is- moet zeer goed op de hoogte zijn van het herstelmodel en rekening houden de beperkte mogelijkheden die je hebt. Velen zullen zich niet houden aan de regels van elke fase en iets simpels als de gesprekken korter dan 20 minuten houden is vaak niet eens mogelijk. Ook kan er nogal gestrooid worden met huiswerk, oefeningen of opdrachten terwijl je daartoe in de eerste fasen helemaal niet in staat bent.
2. de rustfase
Als de spanning/onrust over het hoogste punt heen is en wat begint af te nemen kom je in de rustfase terecht. Dit klinkt als een fijne vakantie maar dat is het niet. Je bent nu weliswaar door de crisisfase heen maar dat betekent niet dat de rest nu vanzelf gaat. Er zijn nog wat drempels te nemen en valkuilen te overwinnen.
Tijdens de rustfase kom je tot rust. Als je écht kan aanvaarden dat niks doen gezond is en dat het strijden tegen je burnout of je klachten averechts zal werken dan ben je op het goede spoor. In deze fase ben je nog steeds bezig met het verminderen van je activiteiten zodat ze langzaam tot een dieptepunt komen. Je houdt de dagelijkse rustmomenten aan en gaat door met het met rust laten van jezelf en je hersenen.
Omdat deze fase iets minder slecht aanvoelt dan de crisisfase kan je nu het idee krijgen dat het ergste voorbij is en dat het wel weer eens tijd is om aan de slag te gaan. Je lichaam lijkt dezelfde boodschap uit te dragen; de nog aanwezige spanning en onrust zorgen er namelijk voor dat de uitputting niet zo voelbaar is en daardoor lijkt het erop dat je helemaal niet zo moe bent. Je geactiveerde zenuwstelsel blijft nog steeds energie vrijgeven omdat het nog niet in de gaten heeft dat de overbelasting nu is afgelopen.
Op dit moment zal een deel van de burnouters besluiten dat er wel eens “wat gedaan kan worden”, terwijl de batterij nog lang niet is opgeladen en de burnout nog totaal niet hersteld is. Wat ook al niet meehelpt is dat je nu een paar weken bezig bent en je baas, de bedrijfsarts, vrienden, familie of je partner zich gaat afvragen of het al wat beter gaat en wanneer je weer eens wat kan oppakken.
Heb je inmiddels ook een arts, coach of psycholoog gesproken dan zullen ook zij je meestal vertellen dat je moet beginnen met wat kleine belastingen of taken om deze vervolgens langzaam te gaan opbouwen. Een dergelijke advies zal echter averechts werken. Zolang spanning of onrust aanwezig zijn zal het opbouwen van activiteiten leiden tot grotere problemen. Bovendien ligt er onder de spanning nog een grote uitputting te wachten.
Wanneer de spanning na enige tijd afzakt dan kom je bij de volgende stap: de genoemde vermoeidheid verschijnt. Deze uitputting van je lichaam heb je misschien lange tijd niet gevoeld (soms zelfs al jaren niet). Activiteiten, spanning en onrust (ofwel het “aan” staan”) hebben ervoor gezorgd dat je je vermoeidheid steeds hebt onderdrukt. Nu je eindelijk tot rust bent gekomen zal deze vermoeidheid opeens duidelijk voelbaar worden.
Dit kan zeer zwaar aanvoelen maar wees niet bang dat je achteruit gaat. Hoe vermoeider je wordt, hoe beter het is. Moe is goed. Ga dus naar de moeheid toe en aanvaard deze. Blijf er in zitten en vecht er vooral niet tegen. Ga niet aan de slag met allerlei vormen van afleiding of zaken als koffie, energiedrankjes of supplementen om “meer energie” te krijgen.
De moeheid is géén psychisch probleem of iets dat “tussen de oren zit” maar een gezond signaal van je lichaam dat simpelweg betekent dat je moe bent. Luister naar dit signaal en ga extra slapen (voer bijvoorbeeld een middagslaap in), doe dutjes en ga door met de genomen maatregelen van rust, ontprikkeling, slaapherstel en extra rustmomenten overdag.
Aan de stippellijn kan je zien dat de vermoeidheid na enige tijd weer omlaag gaat. Langzaam neemt deze af en daarmee kom je in de oplaadfase terecht. Je activiteitenniveau is inmiddels op het dieptepunt; je laat jezelf nu volledig met rust en hebt geen neigingen meer om steeds te willen activeren. De onrust is nu verdwenen en je begint alle gezonde sloomheid, saaiheid en dutjes zelfs te waarderen. Je blijft dagelijks rustig wandelen of fietsen en houdt andere activiteiten zeer mild en licht.
Sommige mensen ervaren géén hoge spanning of onrust en komen meteen in de vermoeidheid terecht. De crisisfase wordt dan overgeslagen of is al doorlopen omdat men tijdig kon ingrijpen toen er nog gewerkt werd. Om deze reden wordt er nogal eens gedacht dat er twee soorten burnout bestaan: een hypervariant waarbij men hoofdzakelijk gespannen is en een hypovariant waarbij men eigenlijk alleen maar moe is. In mijn ervaring kan elke burnouter in wezen heen- en weer pendelen tussen spanning en vermoeidheid. Het zenuwstelsel is daar immers voor gemaakt en gezonde mensen kunnen dat van nature ook. Ik zie deze varianten dus als twee fases en niet als aparte typen burnout.
3. de oplaadfase
De oplaadfase is de op één na laatste fase. Je batterij wordt nu langzaam opgeladen omdat je daar de juiste omstandigheden voor hebt gecreëerd. De spanning en onrust zijn nu voorbij en het overmatig uitgeven van energie is nu grondig gestaakt. De vermoeidheid is over het hoogste punt heen zoals je in de grafiek kan zien.
Je bent wel nog steeds behoorlijk moe maar de moeheid kan nu prettig gaan aanvoelen. Je bent nu gewend bent aan het nemen van rust en hebt kunnen aanvaarden dat je weliswaar goed op weg bent maar nog wel even zal moeten volhouden. Er zijn nog wel lichamelijke en/of geestelijke klachten aanwezig maar daar je bent daartegen niet meer aan het vechten. Je wil ook heus wel weer een keer aan het werk maar je hebt daar geen haast meer mee. Het voelt prettig dat je niet meer aan je werk of studie hoeft te denken. Kalmte voert de boventoon.
De activiteitenlijn kan nu voor het eerst wat omhoog. Dat betekent niet dat je van alles moet gaan doen of van start kan gaan met reïntegratie op je werk, maar normale dagelijkse activiteiten worden in elk geval wat makkelijker. Je kan wat meer hebben qua gesprekken, op je telefoon kijken of een beetje TV. Niet te veel, en luister naar je lichaam. Als je ergens geen zin meer in hebt of voelt dat het toch wat lastig gaat, meteen stoppen. Houdt activiteiten nog steeds korter dan je denkt aan te kunnen.
Het is goed om vooral lichamelijk wat actiever te worden en met name je hersenen nog met rust te laten. Bewegen is altijd beter dan hersenactiviteit. Je moet dus nog steeds goed oppassen en het kan nog steeds gebeuren dat je terugvalt en weer naar links gaat op de grafiek. Als de vermoeidheid en/of spanning merkbaar toenemen dan ga je de verkeerde kant op.
Het goede nieuws is dat je nu wel de mogelijkheid hebt om zelf te gaan analyseren in hoeverre activiteiten gevolgen hebben voor je lichaam. In eerdere fases kon dit nog niet aangezien de onrust, spanning en vermoeidheid behoorlijk willekeurig waren. Dit verandert nu; je zal voorzichtig heen en weer kunnen gaan tussen milde activiteiten en vermoeidheid. Belast je jezelf een beetje dan zal je snel moe worden en als je weer wat meer rust neemt dan zal die vermoeidheid zakken. Je lichaam begint langzaam weer te werken zoals het hoort: activeren kost energie en dan word je moe. Eventuele klachten nemen daarbij toe.
Rusten en slapen leveren je nu een klein beetje energie op: je bent daarna weer wat minder moe en de klachten nemen daarmee een beetje af. Dit is precies zoals het moet gaan en je kan langzaam gaan concluderen dat je lichaam en zenuwstelsel weer normaal gaan doen. Neem nog wel rondom elke activiteit een rustpauze.
Een belangrijk aspect van de oplaadfase is dat je nu in staat bent om therapieën of behandelingen te gaan volgen. Veel mensen (en behandelaars) denken dat je dit al vanaf de eerste dag in de crisisfase kan gaan doen maar dat is helaas een misvatting. Tijdens de eerste twee fasen kan dat niet omdat je niet belastbaar bent en het veel te zwaar is om lange gesprekken te voeren en te onthouden wat er allemaal besproken wordt. Zoals reeds eerder gezegd: een goede begeleider houdt rekening met jouw mogelijkheden in elke fase.
Nu je in de oplaadfase zit zijn deze mogelijkheden er wel. Je kan nu -zolang je geen tachtig dingen tegelijk gaat doen- van start gaan zonder dat je daar meteen negatieve gevolgen van zal ondervinden. Hetzelfde geldt voor sporten; in de eerste twee fasen was het alleen mogelijk om kortdurend, mild te bewegen. Nu kan je langzaam wat meer aan lichaamsbeweging gaan doen maar let op: geen uitdagingen, geen opbouw, geen prestaties en geen smartwatches of fitnesstrackers. Niet alles hoeft beter, sneller, langer of harder.
Alles moet nog steeds kalm en rustig worden gedaan, met kleine stapjes, én met heel veel rust tussendoor. Je bent immers nog aan het opladen en de batterij is nog niet vol. Elke activiteit, hoe klein of hoe kortdurend dan ook, zal in deze fase gevolgd moeten worden door échte rustmomenten om terugvallen te voorkomen.
Ook hier kunnen burnouters behoorlijk lang heen- en weer geslingerd worden wanneer ze niet in staat zijn om zich aan de rustmaatregelen te houden of té fanatiek aan de slag gaan. Stagnatie treed op wanneer er te vroeg te veel hooi op de vork wordt genomen. Het kleine beetje energie dat is opgebouwd wordt dan meteen weer helemaal uitgegeven en dat is nu nog niet mogelijk. Je kan dan gaan laveren tussen de oplaadfase en de rustfase en kan daar behoorlijk lang in blijven hangen.
Wordt de oplaadfase met succes doorlopen en ben je in staat om je energie goed te beheren, dan kom je in de herstelfase terecht.
4. de herstelfase
De laatste fase van burnout-herstel wordt vaak “reïntegratie” genoemd. Hoewel in deze fase inderdaad aan reïntegratie op het werk kan worden gedaan is het toch een verkeerde benaming. Je bent immers nog steeds aan het herstellen en bent weliswaar een flink eind op weg maar je bent nog niet klaar. Het echte herstel vindt hier plaats, terwijl de eerdere fasen voorbereidend waren om dit herstel tot stand te brengen.
Het mooie is dat je de geleerde lessen uit de oplaadfase nu kan gaan toepassen binnen je werk, studie, gezin en huishouden. Langzaam kunnen er weer taken worden opgepakt en als dat goed gaat kan je langer belast worden of meer taken gaan uitvoeren. Als de eerdere drie fases goed zijn doorlopen dan is deze laatste fase meestal eenvoudig.
Ondanks dat er nu voldoende energie is voor het starten en opbouwen van activiteiten is het nog niet zo dat je nu weer volop kan leven zoals je dat gewend was voordat je burnout toesloeg. Alles zal nog steeds merkbaar energie kosten en niet altijd even goed lukken.
In de grafiek is te zien dat het laatste staartje van de vermoeidheid in deze fase nog steeds aanwezig is maar uiteindelijk zal wegebben. Uiteraard is het niet zo dat je nu nooit meer moe zal zijn; het is immers voor iedereen, inclusief gezonde mensen, heel normaal dat je moe wordt van inspanningen.
Je batterij is nu wel wat voller aan het raken en je kan door de aanhoudende afwisseling tussen belasting en rust langzaam een betere conditie krijgen. Je energieniveau stijgt en kan zelfs weer als vanouds worden. Toch zul je je moeten realiseren dat je niet weer “als vanouds” je leven kan gaan leiden.
Op de oude manier is immers je burnout ontstaan en dat betekent dus dat je die manier niet meer moet hanteren. Je zult aan energiebeheer moeten doen en dat zul je de rest van je leven moeten volhouden. Het aanleren van dit nieuwe gedrag wordt vaak gedaan met een coach, ergotherapeut of psycholoog.
Vaak kan het nieuwe energiebeheer zonder problemen tot stand komen maar in sommige gevallen kan het handig zijn om bijvoorbeeld van functie of baan te veranderen, voor jezelf te beginnen of een aantal gezins- en familieverplichtingen te verminderen. Veel burnouters hebben zich jarenlang opgeofferd door veel te veel te doen (met name voor anderen) en dat is niet iets dat je opnieuw kan nastreven.
Afhankelijk van je leeftijd kunnen de mogelijkheden sowieso al wat minder groot zijn; als je jonger bent dan dertig dan kan je nou eenmaal meer aan dan wanneer je boven de veertig bent.
Stagnatie in deze laatste fase kan ontstaan wanneer de activiteiten te snel worden opgebouwd en er niet geluisterd wordt naar de signalen van het lichaam. Moeheid betekent: stoppen en rusten. Spanning betekent: activiteiten minderen en herstel vermeerderen. Slechter slapen betekent: meer ontprikkelen (de hersenen met rust laten). Dit soort zaken kunnen niet genegeerd worden, ook niet stiekem een klein beetje.
Je kan in deze fase best eens over je grenzen gaan of jezelf uitdagen, maar moet daar nog wel voldoende rust en herstel tegenover zetten. Een dagje doordraven moet dus steevast gevolgd worden met een dagje niks. Sommigen zijn niet goed in staat om de eigen grenzen aan te voelen. Zij zullen naast hun activiteiten ook het rusten en slapen in de agenda moeten gaan zetten en werken met notificaties of alarmpjes om tijdig te stoppen.
De herstelfase is afgerond als je je werkzaamheden weer kan uitvoeren en het dagelijks leven weer kan doorlopen zonder dat er grote problemen of terugvallen ontstaan. Dit betekent dus niet per sé dat je fulltime aan de slag bent, exacte dezelfde functie hebt of even veel geld verdient. Je zenuwstelsel bepaalt of je hersteld bent en heeft geen enkele boodschap aan je sociale leven, studie, werk of carrière, hoe graag je ook zou willen dat het anders zou zijn.
Bij degenen die niet in staat blijken te zijn om het energieniveau op pijl te houden of de maatregelen te kunnen volhouden is er vaak sprake van persoonlijkheidskenmerken die daartoe leiden. Degenen die langdurig tussen fase 1 en fase 3 blijven pendelen kunnen gerust concluderen dat zij niet alleen maar een burnout hebben vanwege te hard werken; er is meer aan de hand. Één en ander hangt vaak samen met (C)PTSS, ofwel gebeurtenissen tijdens de jeugd of tienertijd die het zenuwstelsel een bepaalde kant op hebben gestuurd. Er is een overlevingsmechanisme ontstaan dat structureel te veel energie kost.
Dit hoeft overigens helemaal niet ernstig te zijn. Het is goed mogelijk dat er geen duidelijk aanwijsbare traumatische gebeurtenissen zijn geweest of dat er weliswaar herkend wordt dat er in de jeugd wel wat kleine zaken gespeeld hebben maar dat men daar tot nou toe nooit last van heeft gehad. De in de jeugd aangeleerde gedragspatronen en een eventuele disbalans in het zenuwstelsel kunnen subtiel zijn. Juist bij deze minder duidelijke gevallen kan het soms lastig zijn om de overlevingsmechanismen te herkennen en om te buigen naar iets dat gezonder is. In deze gevallen is het aan te raden om hier met een psycholoog aan te werken.
Hoe lang een burnout duurt
Het is je vast opgevallen dat er geen tijdlijn voor elke fase is gegeven. De ene persoon kan er namelijk veel sneller doorheen zijn dan de ander. Elke fase kan een week duren, maar ook een paar maanden of zelfs langer. Het hangt er allemaal vanaf hoe ernstig de burnout is en wat er verder nog aan omstandigheden aanwezig is. Wie heen- en weer blijft gaan tussen de verschillende fasen kan er op rekenen langer bezig te zijn dan er gehoopt werd.
Het is van belang om niet al te veel op de klok of kalender te kijken tijdens je herstel. Hoe meer haast je hebt met herstellen, hoe meer het zal tegenvallen. Dat zeg ik maar even keihard want het is nou eenmaal niet anders. Het loslaten van haast en je niet steeds afvragen:”hoe lang duurt dit nog?” is zeer behulpzaam.


