Burnout: wat als je ongewild steeds over je grenzen gaat?

Er bestaan veel mensen -zowel met als zonder burnout- die aanhoudend over hun eigen grenzen heen gaan. In veel gevallen gebeurt dit vanwege overtuigingen zoals: “ik mag anderen niet teleurstellen”, “ik moet presteren,” “ik mag niet lui zijn” of “ik ben niet goed genoeg”. Een psycholoog of coach naar deze overtuigingen kijken, onderzoeken waar ze vandaan komen en ze veranderen.

Er bestaat echter ook een groep mensen die de eigen grenzen overschrijdt, zelfs nádat de overtuigingen zijn losgelaten of als daar van het begin af aan al helemaal geen sprake van was. Sommige burnouters komen tot de ontdekking dat ze niet in staat zijn om de eigen grenzen in de gaten te houden, hoe graag ze dat ook willen.

Bij een burnout is het van groot belang om de overbelasting te staken en het aanwezige energiegebrek op te lossen. Met name in de eerste fasen van je herstel moet je dus zorgen dat de activiteiten tot een minimum beperkt worden en er haast belachelijk veel extra rust en slaap aan je dagen worden toegevoegd.

Als dat niet lukt dan kan het herstelproces stagneren. Wanneer je niet goed tot rust komt en geactiveerd blijft dan zal je mogelijk herhaaldelijk over je grenzen heen gaan, al is het maar een klein beetje. Je merkt vervolgens steeds een toename van klachten zoals slechter slapen, duizeligheid, onrust of allerlei andere ongemakken.

Op de grenzen letten

Voor sommigen zijn deze klachten een signaal waar goed naar geluisterd kan worden. Er kan simpelweg worden besloten dat de activiteiten te veel zijn geweest en er dus minder gedaan moet worden en meer gerust. De grenzen worden dan bewaakt op basis van rationele beslissingen en het herstel verloopt vanzelf.

Er bestaan echter burnouters die deze beslissingen helemaal niet zo makkelijk kunnen nemen. Het “luisteren naar het lichaam” is voor hen niet iets dat zomaar even gedaan kan worden. Het lijkt alsof er een tegendraads automatisme aanwezig is waarmee een strijd wordt gevoerd.

Deze mensen hebben meestal wel duidelijk in de gaten dat ze iets te veel doen en te weinig rust nemen, maar toch nemen ze automatisch steeds de verkeerde beslissing. Denk aan een klusje dat even tussendoor gedaan wordt, een afspraak die iets te druk is, het scrollen op de telefoon dat eigenlijk helemaal niet de bedoeling is, of andere zaken waarvan al lang wordt aangevoeld dat het te veel voor ze is. Hoe kan het toch dat deze groep mensen er niet zelf voor kan kiezen om dit allemaal achterwege te laten? Waarom blijft men zichzelf overbelasten?

Hoewel sommige burnouters hun perfectionisme of discipline kunnen inzetten om zich keurig aan de regels voor herstel te houden blijkt dit voor anderen vrijwel onmogelijk te zijn; men blijft maar aanrommelen en leeft van de ene terugval naar de andere. Hierdoor komt men in een onbegrepen wereld terecht: waarom lukt het niet om de regels te volgen? Waarom ga ik steeds over mijn grenzen heen? Saboteer ik mijn eigen herstel?

Ook behandelaars hebben hier moeite mee. Hoe kan het dat een cliënt niet in staat is om de adviezen op te volgen, zelfs wanneer men géén verkeerde overtuigingen (meer) heeft en oprecht gemotiveerd is om te herstellen?

In het boek “Chronisch Vermoeid” van Ernst Ellis wordt een groep patiënten beschreven die zich niet aan de regels kan houden en daarmee het herstelprogramma voor burnout niet met succes kunnen doorlopen. In het boek “(C)PTSS” van Pete Walker worden patiënten genoemd die, zodra ze ook maar een heel klein beetje energie hebben, deze automatisch weer helemaal opmaken tot ze weer instorten. In beide boeken wordt geen antwoord of oplossing beschreven.

Het kan enorm frustrerend zijn als je rationeel al lang weet dat je eigenlijk niet over je grenzen moet gaan, maar het toch steeds een beetje doet. Klachten blijven terugkeren, het herstellen lijkt nauwelijks te werken en je kan verschrikkelijk aan jezelf gaan twijfelen. Daarnaast zullen naasten, collega’s of werkgevers het al helemaal niet snappen. Ontbreekt er discipline? Snap je het niet? Waarom lukt het niet? Waarom kan je jezelf niet op tijd tegenhouden?

Het porretje van je zenuwstelsel

Het antwoord is: het autonome zenuwstelsel. Je zenuwstelsel heeft een autonoom deel dat van alles wil, ook al ben je het daar zelf rationeel niet mee eens. Het overheerst je eigen denk- en beslisprocessen, hoe slim of verstandig je ook bent. Denk bijvoorbeeld eens aan aanhoudend snoepen, shoppen of scrollen. Je weet dat het ongezond is en je weet dat je het niet wil doen. Maar je doet het toch, steeds opnieuw. Dit gebeurt niet omdat je dom of zwak bent en ook niet omdat je niet gemotiveerd bent. Dit gebeurt omdat het autonome zenuwstelsel je aan het porren is.

Bij mensen die zichzelf overbelasten zal het zenuwstelsel aanhoudend porretjes geven met de mededeling dat rust en kalmte ongewenst zijn, dat niets doen geen optie is of dat “aan” staan noodzakelijk is om te overleven. Dit uit zich in constante triggers om iets te gaan doen of iets te gaan oppakken, als is het maar een kleine taak. “Dit kan toch wel even?”, “Dit moet toch wel even?”, “Dit is toch heus niet zo belastend nu?”.

Ongeacht hoe verstandig je daar ook over nadenkt, op het moment dat je het porretje krijgt zal je er binnen een fractie van een seconde tóch aan toegeven. Een gemiddelde burnouter heeft al het hele leven toegegeven aan deze porretjes van het zenuwstelsel. Dit is overigens normaal; dat doen wij allemaal tot op zekere hoogte. Leven op de automatische piloot is best handig en we mogen blij zijn dat we niet steeds overal over hoeven na te denken en telkens bewust moeten beslissen of we nou wel of niet iets zullen gaan doen.

Wie een burnout heeft komt meestal uit een wereld zonder grenzen, waarbij altijd doorgaan, niet opgeven en aanhoudend “aan” staan de overhand hebben gehad. Het zenuwstelsel weet niet beter en blijft dus ook tijdens de burnout gewoon doorgaan met porren. Voor het eerst kan dit niet langer worden volgehouden; er moet om te herstellen nu verplicht aan rust en herstel worden gedaan. Er kan niet langer gehandeld worden op basis van deze porretjes.

Het is zeer begrijpelijk dat velen helemaal niet goed in staat zijn om daar tegenin te gaan. Meestal lukt het wel een beetje, maar je kan zomaar ontdekken dat je tóch steeds allerlei dingen blijft doen die te belastend of te prikkelend zijn. Zélfs als je het niet wil. Zélfs als je weet dat je op je grenzen moet letten.

Omdat er niet gewerkt wordt ontstaat er mogelijk ook nog eens een gevoel van nutteloosheid. Verveling en leegte voelen rottig aan terwijl ze tijdelijk juist gezond zijn en zelfs noodzakelijk. Het is bijzonder makkelijk om temidden van deze gevoelens tóch maar toe te geven aan de porretjes. De verleiding wordt zelfs nog groter als er een klein beetje herstel geweest is en er inmiddels wat minder klachten zijn. Je wordt dan niet meer keihard tegengehouden door je lichaam, dat nu nóg vaker zal gaan porren omdat er een beetje energie is opgebouwd.

Het zenuwstelsel trainen

De gebruikelijke adviezen werken in deze gevallen meestal niet zo goed. Een behandelaar kan lang blijven zoeken naar overtuigingen of persoonlijkheidskenmerken. Soms worden meditatie, yoga of ontspanningsoefeningen aangeraden. Dit helpt niet want de porretjes van het zenuwstelsel zijn té sterk, sterker dan de eigen wilskracht, en verdwijnen niet door te ontspannen. Sterker nog, ontspanning is een mooi moment voor je zenuwstelsel om je nóg verder te willen aansporen om te activeren.

Gelukkig is het mogelijk om dit te veranderen. Het zenuwstelsel is te trainen om minder porretjes te geven. Het kan veranderd worden zodat het zich veilig voelt als je niet “aan” staat. Als het weet dat kalmte en rust geen gevaar zijn, dat haast en onrust niet nodig zijn, dat het niet meer vreemd is om ontspannen te zijn. Als je dat voor elkaar krijgt wordt het uiteindelijk mogelijk om de eigen grenzen zonder worstelingen te hanteren.

Deze verandering kan in gang worden gezet door in te grijpen, telkens wanneer je een porretje krijgt. Telkens wanneer je iets wil gaan doen -ook al is het maar iets heel kleins- voeg je een pauze in van 30 seconden. Vervolgens voel je even je hele lichaam. Is er ergens onrust? Zijn er klachten? Is er een emotie? Daarna adem je even éénmaal diep in en uit en zeg je hardop tegen jezelf:“dankjewel zenuwstelsel, voor dit porretje. Maar ik handel niet.”

Soortgelijke procedures worden “somatic experiencing” genoemd. (Dat hoef je niet te onthouden maar dan weet je waar het vandaan komt.) Door even af te wachten, aandacht te besteden aan je lichaam en emoties, en daarna duidelijk te zeggen dat je niet zal handelen, geef je je zenuwstelsel een klein signaaltje dat het veilig is. Je vertelt je lichaam dat er niets gedaan hoeft te worden en dat het porretje niet nodig was. Vervolgens ga je niet van start met het idee dat in je op kwam; je handelt dus niet.

Je kunt je voorstellen dat een verandering niet zomaar even gepiept zal zijn als je zenuwstelsel al je hele leven op dezelfde manier gewerkt heeft. Het opnieuw trainen vergt dus volhouden en geduld. Telkens opnieuw ingrijpen, telkens opnieuw even de 30 seconden besteden aan elk porretje. Als je dit langdurig blijft doen en steeds weer herhaalt dan zal je zenuwstelsel uiteindelijk gaan inzien dat er niet steeds geactiveerd hoeft te worden. Het went dan aan de nieuwe situatie, net zoals je kan wennen aan een nieuwe baan, een nieuwe auto of een nieuwe dagelijkse routine.

Dus, als je eigenlijk rust wil nemen maar dan tóch opeens je telefoon wil pakken, een klusje wil gaan doen, een taak wil gaan uitvoeren, en afspraak wil gaan inplannen, of een andere activiteit wil beginnen, denk dan:“Aha! Dit is een porretje!” en vervolgens voel je even 30 seconden je lichaam, je emoties, je klachten, je gevoel. Je ademt diep uit en zegt dan:“dankjewel zenuwstelsel, voor dit porretje. Maar ik handel niet.”

Nou kan het zomaar gebeuren dat je een paar minuten daarna wéér dezelfde por krijgt. Wéér hetzelfde idee. Wéér dezelfde trigger om te activeren. Op dat moment heb je opnieuw de kans om weer in te grijpen en je zenuwstelsel opnieuw te vertellen dat je veilig bent zonder te handelen. Uiteraard zal dat ook regelmatig mislukken; je bent immers niet perfect en hoeft dat ook niet te zijn. Je kan soms zelfs opeens ontdekken dat je tóch weer van alles aan het doen bent terwijl je eigenlijk rust wilde nemen. Zodra je je dat realiseert kan je alsnog dezelfde procedure volgen en stoppen. Het is nooit te laat om in te grijpen.

Het mooie aan deze methode is dat zelfs als je na enkele herhalingen uiteindelijk tóch de verkeerde beslissing neemt en toegeeft aan een porretje, dat er nog niets verloren is. Je hebt dan al een paar keer het juiste signaal gegeven aan je zenuwstelsel. Dit bouwt zich op en hoe vaker het lukt, hoe makkelijker het zal zijn. Het gaat dus om herhaling, volhouden, en steeds als je het “fout” doet, niet opgeven.

Je bent niet de enige

Het kan helpend zijn om te weten dat je niet de enige bent die worstelt met het implementeren van een herstelprogramma bij burnout. Het ligt niet altijd aan je eigen overtuigingen of omdat je bijvoorbeeld “zwak” bent of geen discipline hebt. Je zenuwstelsel is nou eenmaal een opdringerige controlfreak die jou dingen kan laten doen die je niet wil. Zoals je weet is het autonome deel sterker dan je eigen rationele ideeën of intenties. Het is dus heel normaal dat je er vaak van verliest.

Je bent ook niet de enige die denkt:“dit lukt mij nooit”. Uiteindelijk kan bijna iedereen deze verandering tot stand brengen. Het is niet makkelijk, maar het kán echt. Met vallen en opstaan kom je er, zelfs als je al jaren aan het worstelen bent.

Als je je zenuwstelsel beschouwt als een andere persoon waartegen je kan zeggen:“dankjewel voor je signalen, maar ik handel niet” dan wordt het makkelijker om in te zien dat het niet je eigen schuld is dat je niet altijd binnen je grenzen kan blijven. Je hebt bovendien een gereedschap in handen om veranderingen tot stand te brengen.